Historiek

In de vroege middeleeuwen was het brouwen in Europa een typisch huishoudelijke (vrouwelijke)
bezigheid. In 529 werd in Italie de eerste abdij gesticht door Benedictus van Nurcia. Hij schreef er
zijn beroemde kloosterregel “ORA et LABORE” die bepaalde dat de kloosterlingen, naast studie en gebed, in hun eigen levensbehoeften moesten voorzien. Hierdoor begonnen in onze streken de
monniken dan ook bier te brouwen. Het brouwproces was relatief eenvoudig: van allerlei granen zoals gerst maar ook haver, rogge, tarwe en boekweit maakte men een brouwsel dat op smaak werd gebracht met een (inheems) kruidenmengsel, GRUUT genoemd.

Rond 1160 ontwikkelde een Duitse non, Hildegarde von Bingen een bierrecept met HOP waardoor de houdbaarheid werd verbeterd en de typisch bittere smaak werd bekomen.

In 1364 vaardigt Karel IV, keizer van Duitsland waartoe het Hertogdom Brabant en het markgraafschap Antwerpen behoorden, een nieuwe wet uit die het gebruik van hop verplicht in het brouwproces. Deze wet was in feite de voorloper van het bekende “Rheinheidsgebot”.
Het Graafschap Vlaanderen behoorde tot het Franse Rijk. Aangezien de Franse koningen belasting hieven op GRUUT werd het de Vlaamse brouwers verboden om hop te gebruiken.

Deze politieke beslissing had tot gevolg dat er in Vlaanderen en Brabant een uitgebreid gamma
bierstijlen ontstond, niet alleen afhankelijk van de gebruikte grondstof (tarwe of gerst) of de plaats van het brouwen (thuis of abdij) maar ook van de wettelijke voorschriften (gruut of hop). Later werd ook de invloed van het gistproces (lage, hoge, gemengde of spontane gisting) een bepalende faktor.

 

SitemapWelkom • Historiek

Ros Beiaard BierProevers © 2008 • TerugTop